Hans Christiaan Andersen
We startten met zeven mensen. Het was boeiend en uitdagend.
Wat ik Jan al jaren daarvoor had zien doen, mensen uitnodigen tot klank geven en zingen, dat gingen we nu zelf doen op onze eigen manier.
We oefenden met elkaar, we werden elkaars leraar en leerling. We verlegden onze grenzen in ons eigen zingen, in wat we durfden te doen naar elkaar, hoe we onze intuïtie konden volgen. Het was een heel proces. Mijn verlegenheid en angst om zichtbaar en hoorbaar te zijn moest ik steeds overwinnen. In allerlei lagen kwam ik dat tegen. Ik heb een volle stem. Vragen als: neem ik niet te veel ruimte in, overdrijf ik niet als ik me echt voluit laat horen, kwamen steeds omhoog. Een diepe angst voor afwijzing reist nog altijd met me mee. Maar wat in deze opleiding zo geweldig was: ik leerde inzien dat dat niet het enige is dat ik ben.
Ik leerde dat ik bang ben én iets te geven heb. Dat ik gevoelig ben én sterk. Dat de kracht zit in dat ze steeds hand in hand gaan. Dat mijn angst voor zichtbaarheid niet weg hoeft om mezelf te kunnen geven. Ik hoef niet af te zijn, want precies waar ik nu ben daar kan mijn lied, mijn bijdrage beginnen.
Ook als de docent die ik nu in de opleiding ben.
Tot mijn verrassing vroeg Jan mij aan het einde van dat eerste jaar of ik de volgende lichting met hem wilde gaan geven. En zo stonden we de afgelopen 19 jaar lang zij aan zij in deze prachtige opleiding.
Twee jaar geleden voelde Jan dat hij zijn laatste opleidingsgroep zou gaan geven. Nog twee jaar een groep opleiden tot Stembevrijder en dan zou hij het lesgeven loslaten.
Dat is inmiddels gebeurd. Afgelopen maand studeerde de 19e groep af en daarmee werd de 305e officiële Stembevrijder geboren (zie foto hier boven).
Dat bracht mij bij veel herinneringen aan al die negentien jaren van samen werken, samen groeien, samen lachen en huilen, samen het programma ontwikkelen. Ook met andere collega’s, waaronder Erica Nap, Chantal Goossens, Anna Fernhout en inmiddels ook Kes Blans die in het eerste jaar kwamen lesgeven toen de groepen alsmaar groter werden doordat de belangstelling voor stembevrijding toenam.
Aanvankelijk zag ik op tegen het afscheid van Jan als docent in de opleiding. Er schoten vaak tranen in mijn ogen bij het idee alleen al.
Maar ook ik groeide er in de afgelopen twee jaar naar toe en gaandeweg maakte het opzien tegen het afscheid plaats voor dankbaarheid.
Dankbaarheid voor al die jaren van rijkdom aan wijsheid, verbinding, professionalisering, eerlijkheid, liefde, plezier, humor, vertrouwen. Zo werd dat afscheid licht in plaats van zwaar.
Ik geloof dat het niet zo had gewerkt als ik die dankbaarheid bewust had willen oproepen. Hij kwam als vanzelf omhoog en oversteeg het deel in mezelf dat het oude had willen vasthouden. Het werd ook hier én én. Én weemoed én dankbaarheid.
Ik ging op zoek naar een citaat voor deze column. Ik had ook kunnen kiezen voor: ‘Dankbaarheid op zichzelf is de hemel’ van William Blake. Daarbij zie ik ineens een paar gezichten voor me van studenten die nu het eerste jaar volgen bij Anna, Kes en mij. Verschillende van hen ervaren zoveel dankbaarheid door wat er bij ze wordt geopend en aangeraakt in het proces dat stembevrijding in zich draagt. Het is een opleiding met zo’n rijke geschiedenis die zich steeds verder ontwikkelt onder onze vleugels en die inmiddels Ode aan de Vreugde heet.
Het is een voorrecht om die rijkdom verder te mogen uitdragen.
We starten eind september weer met een nieuwe groep (misschien wel met jou?). Weet je welkom!
Hartelijke groet,
Sarah Jens
p.s. In oktober start ik weer met de serie De Klank van Rouw en Liefde. Daar gaan pijn en geluk, verdriet en liefde ook hand in hand.
Weet je ook daar welkom!
